woensdag 18 mei 2011

Zó herkenbaar!

Onderstaand artikel kwam ik tegen in een gezinsblad. Het is geschreven door Nico vd Voet. Hierin wordt precies beschreven waar ik aan werken moet! Niet dat ik ben als Boendermartje, maar haar gedrag is zéér herkenbaar!(voor de liefhebber: Boendermartje staat in mn boekenkast)


Kent u het meisjesboek "Boendermartje"? Het stamt, denk ik, uit de jaren vijftig en is in 1994 nog een keer uitgebracht door Kok Kampen. Het boek geeft een tijdsbeeld weer. Er wordt in verwoord wat de ideale christelijke levensstijl is voor een meisje en jonge vrouw.
Martjes ouders sterven jong. Ze moet voor grootvader zorgen en met hem langs de deur gaan om borstels te verkopen. Vandaar de bijnaam Boendermartje. Ze wordt genegeerd of gepest door andere kinderen. Opa wordt ziek. In haar eerste werkhuis wordt ze hard behandeld. In het tweede heeft ze een gemene, jaloerse collega. Zo gaat dat maar door.
In dat alles is Martje blijmoedig en gelijkmatig. Ze is zeker wel eens boos, maar haar boosheid bidt ze weg. Ze vertrouwt op God. Ze telt haar zegeningen.
Uiteindelijk wordt Martje verpleegster. Ze kan met de moeilijkste patiënten en collega's overweg. Ze is een levende getuige van de liefde die God van ons vraagt. De relatie met haar aanstaande man is ook liefdevol en zuiver. Voorwaar, het is een ontroerend meisjesboek!
De Boendermartje van de jaren vijftig was een voorbeeld voor christelijke jonge meiden. Moet ze dat nu nog zijn? Niet zonder meer. Want wij zien om ons heen dat de Boendermartjes van vandaag niet zo stralend gelukkig zijn als Netty Streef beschreef. De tegenwoordige Martjes belanden nogal eens bij de psycholoog wegens depressiviteit. Hoe kan dat? Is de christelijke levenswandel dan nu geen ideaal meer? Jawel, maar ik zou zeggen: dan niet op de manier van Boendermartje.

Boendermartje maakt de fout die veel christelijke vrouwen en mannen nog steeds maken. Ze denken dat liefhebben en jezelf verloochenen hetzelfde is als slikken en je eigen innerlijk ontkennen. Als dat dan is wat God van ons vraagt en het lukt niet helemaal, is dat de oorzaak van onnodige schuldgevoelens.
Een voorbeeld: Martje logeert noodgedwongen bij haar nukkige tante. Die tante wordt ziek en Martje verzorgt haar met liefde (uiteraard!). Die tante komt tot inkeer en belijdt haar spijt. Wat zegt Martje? „Stil tante. Ik houd van u hoor!" 's Avonds dankt ze God dat het goed gekomen is.
Tegenwoordig zeggen we: Zo moet het dus niet. Dit houdt dat meisje niet vol. Ze ontkent haar eigen gedachten en gevoelens. Zelfverloochening is niet je eigen innerlijk wegdrukken. Je sluit om te beginnen juist bij je eigen innerlijk aan en vervolgens ga je daarmee aan de slag door erover te communiceren. Dat moet dan wel op een eerlijke en liefdevolle manier, zonder wraak te nemen. Dus als Martje al eerder gesproken had (in plaats van gezwegen) over wat haar tante haar aandeed, was dat prima geweest. Als ze, toen haar tante er spijt van kreeg, gezegd had: „Ik heb echt geleden onder uw gedrag!" dan had ze haar boosheid kunnen uiten. Dan was er een moeilijk maar verhelderend gesprek geweest. Nu worden alle negatieve gevoelens met de mantel der liefde bedekt en gaan ze vroeg of laat wroeten. In de jaren vijftig hielden mensen dat misschien langer vol. In onze tijd valt het in elk geval veel mensen zwaar. Ze worden depressief. Nota bene degene die zichzelf verloochent krijgt schuldgevoelens.
Let wel op: Aansluiten bij je eigen innerlijk is niet: je eigen innerlijk als norm nemen. Zelfverloochening blijft nodig, maar wel op een openhartige manier. Juist als je de dingen eerlijk zegt, kun je ook van gedachten veranderen door de gesprekken die je krijgt. Boosheid die je op tafel legt, raak je eerder kwijt dan boosheid die je wegdrukt.

Geen opmerkingen: