maandag 12 december 2011

Depressie

Een stukje uit de krant van vandaag, ik heb even te weinig tijd (lees: mn hoofd is te vol) om te bloggen. 

In het onderste deel iets over het trainen van het werkgeheugen, dat is iets wat me bekend voorkomt ;-)

In Psychologie Magazine (oktober 2011) staat een gesprek met psychiater Jules Angst. De Zwitser is de drijvende kracht achter het grootste en langstlopende onderzoek naar geestelijke gezondheid ter wereld: de Züricher Studie.

Het onderzoek heeft een reeks nieuwe inzichten opgeleverd. Onder andere dat veel depressiepatiënten in feite licht bipolair zijn; ze kennen korte fasen van overdreven vrolijkheid. Vaak wordt niet onderkend dat mensen depressief zijn. Bij mensen met allerlei vage lichamelijke klachten wordt niet doorgevraagd en dan blijft bestaande somberheid onopgemerkt. Die somberheid is echter het echte probleem. Het onderzoek stelt vast dat slechts de helft van de mensen van wie je op grond van hun lichamelijke klachten kunt aannemen dat er iets met ze aan de hand is, de diagnose depressief krijgt. De andere helft blijft onbehandeld. Terwijl ze werkelijk ziek zijn.
Jules Angst heeft de komst van de psychofarmaca meegemaakt. Hij acht het een zegen dat deze medicijnen er zijn. Sinds de ontwikkeling van de medicijnen hoeven veel minder mensen opgenomen te worden in een kliniek.
Ook heeft het onderzoek aan het licht gebracht dat bijna de helft van de depressiepatiënten tussen de depressieve periodes door geregeld hypomane fasen hebben. Ze voelen zich dan te goed. Zelf ervaren ze dit als lekker actief. Maar ze zijn op zulke dagen veel meer geneigd tot extreem gedrag. In die fase reageren ze minder goed op antidepressiva. Deze groep patiënten heeft ook een hoger terugvalrisico. Ze zullen in hun leven vaker depressieve fasen doormaken dan de puur depressieven. Ze zijn in alles intenser, zowel in hun pieken als in hun dalen.
Niet alle somberheid is overigens als depressief aan te merken. Af en toe gedeprimeerd zijn is heel menselijk. Gevoelsschommelingen horen erbij, een sterk gevoelsleven hoort bij een gezond mens. Daarom: niet alle gevoelsschommelingen moeten als een (bipolaire) depressie geduid worden.

Een andere behandelingsvorm van depressie vinden we in De Psycholoog (november 2011): het training van het werkgeheugen. T. Onraed en andere onderzoekers van de universiteit Gent sluiten aan op de ontdekking dat er bij een depressie sprake is van een verstoring van de informatieverwerking (zoals aandacht en geheugen).
Bekend is dat depressie gekenmerkt wordt door het moeilijk loslaten van negatieve informatie. Het loslaten van negatieve gedachten of gebeurtenissen vereist dat men de aandacht verschuift van negatieve informatie naar positieve informatie. Het werkgeheugen is daarbij van groot belang. Het houdt informatie op korte termijn bij en beheerst de aandachtsprocessen.
Het werkgeheugen heeft een beperkte capaciteit. Daarom moet niet van belang zijnde informatie verwijderd kunnen worden, zodat nieuwe informatie kan worden opgenomen. Bij depressieve patiënten worden echter negatieve gedachten langer vastgehouden dan goed is of deze gedachten komen weer terug en kleuren in negatieve zin de bewuste ervaringen.
Verstoorde werkgeheugenprocessen vormen een risicofactor voor depressie. Een training van het werkgeheugen zou een positieve invloed kunnen hebben op depressieve symptomen. Uit onderzoek is gebleken dat depressieve personen trager presteren op werkgeheugentaken. Werkgeheugentraining zou daarom een interessante aanvulling kunnen zijn op de huidige standaardbehandelingen voor depressie.
Werkgeheugentraining is op grote schaal toepasbaar en kan via internet van thuis uit gevolgd en opgevolgd worden. Ze biedt daarmee ook de gelegenheid om terugval na behandeling te voorkomen. Zo kan, bij voldoende onderzoek, werkgeheugentraining de weg vinden van het laboratorium naar het spreekuur.
Drs. M. Burggraaf, voormalig voorzitter van het col- lege van bestuur van de Christelijke Hogeschool Ede. Reageren? focus@refdag.nl

Geen opmerkingen: